Thuis. Het is een woord met een bijzondere betekenis. Het roept praktisch alleen maar positieve gevoelens op: warmte, vertrouwdheid, rust, veiligheid, op adem komen en nog veel meer. Thuiskomen. Je thuis voelen. Oost west, thuis best.
Bij thuis denken we vaak onwillekeurig aan een huis. Een dak boven je hoofd waaronder je geheel jezelf kunt zijn. Je gooit de deur achter je dicht en niemand die je iets kan maken. Maar dat klopt niet helemaal. Er zijn mensen die een huis bezitten en zich toch thuisloos voelen, en omgekeerd zijn er mensen die dakloos zijn en niet het gevoel hebben dat ze thuisloos zijn.
De positieve lading van het woord ‘thuis’ geeft aan dat het om het gevoel van geluk gaat. Je thuis voelen = je gelukkig voelen. In zijn zoektocht naar geluk kan de mens zich in zijn eigen huis zeer ongelukkig voelen.
Thuiskomen betekent dan je bestemming, je geluk vinden. In dat opzicht zijn we allemaal gelukszoekers, en mogen we elkaar de mogelijkheid en het recht op die zoektocht niet ontzeggen.
Waar ligt dan onze bestemming? Daarover spreekt de Bijbel in niet eenvoudige, maar wel hoopvolle beelden: het land van melk en honing, het beloofde land, het huis van de Vader, het hemelse Jeruzalem. Beelden die een belofte inhouden, beelden die hoop geven.
In de Veertigdagentijd staan we stil bij ons thuis, onze bestemming. En ook op de weg daarnaartoe. Het is geen eenvoudige weg. Woestijn, honger, lijden en sterven. Maar aan het einde van die weg staat de Vader klaar om ons te omhelzen en ons welkom te heten in ons thuis.
Diaken René de Weerd