Het orgel is echt prachtig, vraag het Jesse maar

Jesse is een van de drie organisten die op 3 oktober een concert geven in de Lambertuskerk. Zij vertelden al waarom het concert bijzonder voor hen is. Jesse geeft ons een lesje in orgelbouw en waarom juist in Lambertuskerk een prachtig orgel te bewonderen en te beluisteren valt. 

‘Zelfgemaakt’ orgel

Het orgel in Rosmalen is een Smitsorgel. Dat betekent dat het van een speciale bouwer komt. “Ieder orgel moet met zorg worden gebouwd. Maar Smits deed dat op gevoel: hij heeft zichzelf het orgelbouwen geleerd. En omdat hij niet volgens een spreekwoordelijk boekje werkte, heeft ieder orgel dat hij maakte eigen  karaktertrekken en een heel eigen klank.” Dat dat aanstekelijk is, blijkt wel uit de enthousiaste toon waarop Jesse over dit orgel, orgels in het algemeen en zijn liefde voor het instrument vertelt.

Charmant en met karakter ouder worden

Jesse legt uit hoe een orgel aan zijn klank komt: “Er is natuurlijk heel veel over te zeggen, omdat een orgel zo groot is en verschillende onderdelen heeft. Maar wat interessant is om te weten, is dat het orgel met zijn jaren meegroeit. De materialen waarvan het orgel is gemaakt en de manier waarop die verouderen, geeft het zijn unieke klank. Dat betekent dus ook dat je zodra je een oud orgel restaureert, het een andere klank kan krijgen . Als je gewend bent de klanken te horen van materialen die al wat verouderd zijn, dan klinkt een gerestaureerd orgel soms anders. Maar een restauratie is natuurlijk ook nodig om het orgel te behouden. Dan moet je zoveel mogelijk met dezelfde materialen mee werken als waar het in het ontwerp mee is gemaakt. Je kan niet zomaar modernere technieken of materialen daarvoor gebruiken. Het orgel is Rosmalen is een paar jaar geleden gerestaureerd en dat is bijzonder goed gelukt. Het is goed opgeknapt, maar heeft nog  veel van dat oude karakter behouden en klinkt het nog heel vertrouwd. Je zou kunnen zeggen dat dit orgel bijzonder charmant oud wordt.”

Klein en intiem

Een orgel heeft meerdere registers. Die trekt een organist al spelend open en zet ze weer dicht, afhankelijk van de klankkleur die de organist voor ogen heeft. Maar meer registers, oftewel een groter orgel,  betekent niet dat dat altijd een mooier geluid geeft. Integendeel zelfs. Jesse zegt daarover: “een kleiner orgel kan veel intiemer klinken. En ook is het vaak veel temperamentvoller. Je zou kunnen zeggen dat je een groter orgel veel harder aan werk moet zetten om een soortgelijk mooi muziekstuk te kunnen voortbrengen.” Bovendien is de kerk waarin het orgel staat ook belangrijk voor de akoestiek. In een kleine ruimte komt het geluid goed tot zijn recht, waar het in een grote kerk of kathedraal soms verloren kan gaan. Wat dat betreft is het orgel  in Rosmalen er een die alles meeheeft: het is een genot om erop te spelen en ernaar te luisteren.”