Geschiedenis

Ergens tussen 800 en 1300 moet er al een romaans tufstenen kerkje gebouwd zijn op de donk (het hoogste plekje) in Rosmalen. Dit om droog te blijven bij overstromingen van de Maas. Ze vervangt dan een eerder gebouwd houten kerkje, toegewijd aan St. Lambertus (630-705), bisschop van Maastricht en martelaar; patroon van het bisdom Luik.

Deze tufstenen kerk wordt rond 1430 vervangen door een kerkgebouw van baksteen met lagen tufsteen. De kerktoren is ook in deze periode gebouwd. Aan de zuidkant ervan is tevens op een hardstenen plaat een zonnewijzer aangebracht. Het heeft een (pool)stijl (=schaduwwerpende staaf met een bolletje, dat de schaduwlijn aangeeft). Ze geeft de plaatselijke zonnetijd aan.

Omstreeks 1550 krijgt de kerk zijn huidige vormgeving: basilicastijl (middenschip met zadeldak en twee zijbeuken met lessenaarsdaken). Volgens dendrochronologisch onderzoek van de kap 1545 en 1555. Tevens krijgt de kerk een transept (kruisarm) en de Mariakapel. In deze kapel staat dit jaartal op een kraagsteen. Het is een gotische bouwstijl.

Tussen 1629 en 1823 is het een protestantse kerk, die dan voor verschillende doelen wordt gebruikt: hervormde kerk, raadkamer en archief van de gemeente; de toren wordt gevangenis.
In 1823 wordt de kerk teruggegeven aan de katholieken en volgt er een grote restauratie. Onder het oorspronkelijke gewelf komt een gewelf in waterstaatstijl (neoclassicistisch), waardoor 6 van de 8 kleine bovenraampjes niet meer te zien zijn. De spitsbogen veranderen in rondbogen.
De toren blijft eigendom van de gemeente.

In 1910 is er opnieuw een verbouwing o.l.v. F. Ludewig, architect uit Nijmegen. Dan  wordt het transept verdubbeld en komen er twee zijkapellen. Het koor wordt ongeveer 6 meter verplaatst in oostelijke richting. Deze nieuwbouw heeft hij in baksteen en lagen tufsteen exact gekopieerd van de middeleeuwse kerk. Het vormt zo een prachtig geheel.

En zo staat de Sint Lambertuskerk nu al eeuwen midden in Rosmalen, met bijna rondom zich het kerkhof, waar diverse historische grafmonumenten te vinden zijn. Het is een Rijksmomument.

In de kerk valt direct het prachtige, voor deze kerk gebouwde, Smitsorgel op. Het is door F.C. Smits uit Reek (1800-1879) gemaakt en geplaatst in 1850.Ook bezit de kerk een schitterend houten gepolychromeerd Mariabeeld (1751), gemaakt door Walter Pompe (1702-1777), geboren te Lith die later zijn atelier in Antwerpen heeft. Ook de panelen van de preekstoel (1750), voorstellend Jezus als leraar en de vier Evangelisten met hun symbool zijn van zijn hand.

Dan zien we vooraan vijf prachtige gebrandschilderde ramen die in 1913 zijn aangebracht bij de vergroting van de kerk in oostelijke richting. Ze zijn afkomstig van het atelier van W. Derix uit Goch Kevelaer. In 2004 zijn ze gerestaureerd door hetzelfde atelier. Ze zijn van museale waarde en zo teruggeplaatst, dat ze bij calamiteiten in veiligheid kunnen worden gebracht.

Verder bezit de kerk een houten communiebank uit 1759 met taferelen uit het Oude Testament: Toonbroden, Ark van het Verbond en  Mannaregen. Er hangt een schilderij ’De bewening van Christus’ gemaakt door M.S.Vos, Antwerpen (1591).Enige houten beelden (1882-1887) zijn van de hand van Hendrik v.d. Geld uit ’s-Hertogenbosch. In het portaal hangt een groot beeld van St. Joris en de draak (Jan Baptist van Hool te Antwerpen; 1826). Een tabernakel met 2 communiebanken van koper (1893) en een koperen kroonluchter (1787) met symbolen van Pinksteren zijn bijzonder.

In de (gemeente)toren hangen 2 klokken: grote klok (vredesklok, 1950) en kleine klok (Lambertusklok, 1950); erboven een carillon (18 klokken, 1982). De oude klokken zijn in 1943 door de Duitse Wehrmacht gevorderd. In de dakruiter hangt het angelusklokje (1823)

(tekst: Antoine de Visser)