Zomerinterview: Kapelaan en diaken van Meeteren

5 augustus 2021

“Als de liefde ontbreekt, moet je het niet doen”

De een kreeg op latere leeftijd de wens om zich te laten wijden tot diaken, de ander wist vanaf zijn zesde al dat hij priester wilde worden. Af en toe doen ze samen een viering. “Eerst moest hij naar mij luisteren, maar nu is het andersom.”

Ja, ze vinden het zelf ook wel bijzonder. “Dat je de zegen aan je zoon moet vragen, want dat doe je als diaken, dat is wel heel leuk. En samen een viering doen is het mooiste wat er is.”

Het katholieke geloof werd er in huize Van Meeteren met de paplepel ingegoten. “Het is wel een rode draad in ons leven geweest. Mijn vrouw Theresia en ik zijn beide katholiek. Ik wilde altijd meer weten, dingen uitpluizen, ook kijken naar andere geloven. Ik heb me te barsten gelezen. Toch bleef het katholieke geloof bovenaan staan. Al die boeken gingen later dus ook de kliko in,” vertelt diaken Hans.

Hij vervolgt: “Het katholieke geloof blijft een open boek. Iedere preek is anders. Je mag zelf heel veel invullen. Gideon en ik kunnen over hetzelfde onderwerp toch twee verschillende preken schrijven. Het is maar hoe de geest het ingeeft. Het is als levend water. Het blijft borrelen.”

Het is toevallig ook de naam van de parochie waar hij (onbezoldigd) werkzaam is in Weesp-Muiden-Muiderberg: de Parochie van Levend Water. Toch bestond het grootste deel van het leven van diaken Hans uit heel ander werk. “Ik ben de middelste van het gezin met negen kinderen, geboren vlakbij de Jordaan in Amsterdam. Na de Mulo ging ik solliciteren bij de gemeente, waar ik aangaf dat ik alles wilde doen, behalve op kantoor werken.” Het werd de Stadsbank van Lening, ook wel de lommerd genoemd, waar mensen geld konden lenen tegen een onderpand, zoals een sieraad. Hij werkte er uiteindelijk 42 jaar. Door veel studies, werd hij ook controleur, waardoor hij goud, zilver en diamanten kon taxeren. “Dat was iedere keer opnieuw een uitdaging.”

Schoolbankje

De laatste jaren bij de Stadsbank van Lening, begon er ook een andere stem te roepen. “Vroeger was ik al acoliet en ik vroeg me toen af wat ik nog meer kon doen. Een pastoor zei me dat ik tot diaken gewijd kon worden, maar daarvoor was veel studie nodig. Dat ging gewoon niet gebeuren, daarvoor had ik het te druk.” Toch bleef de stem roepen. “Op aangeven van een kennis, ben ik op latere leeftijd eens gaan kijken bij het Grootseminarie De Tiltenberg in Vogelenzang. Hans stroomde in met het idee: ik zie wel. Tot zijn eigen verbazing, slaagde hij voor ieder vak. “Gideon was intussen ook begonnen aan de priesteropleiding. Zit ik daar in het schoolbankje, en wie loopt er langs? Juist, Gideon! Dat moment zal ik nooit vergeten.”

Kapelaan Gideon wist het al vroeg: hij wilde priester worden. Ook wellicht vanwege de vanzelfsprekendheid waarmee priesters Huize van Meeteren in- en uitliepen. “Ik weet nog dat we hebben gevoetbald met priesters op straat. En dat ze vaak bij ons kwamen lunchen. Ook hebben mijn ouders een zieke priester verpleegd in ons huis.” Hij was het ook, die tegen Gideon zei: als je priester wordt, krijg je mijn kelk. Zijn ouders dachten dat het wel zou overwaaien. Hans: “We dachten: er komen nog vriendinnen. We hebben hem in ieder geval nooit gepusht.”

Maar de kapelaan was serieus. Hij deed al op jonge leeftijd de Eerste Heilige Communie en meteen de zondag erna, stond hij in de sacristie. Of hij misdienaar mocht worden. En later, toen hij in Amsterdam naar de kerk ging en daar in aanraking kwam met een jonge congregatie, was het helemaal zeker. “Ik kon goed met de priesters opschieten en ging vaak mee op reizen. Ik dacht: als ik priester word, dan van deze gemeenschap.” Dus vertrok hij op zijn achttiende naar Italië om pas vier jaar later terug te komen. “Ik kon me uiteindelijk niet vinden in de uitgangspunten van deze gemeenschap.” In die tijd studeerde zijn vader al aan het seminarie. De rector stelde voor dat Gideon er ook zou beginnen. “Ik ben redelijk snel ingestroomd.”

Dienstbaar

Voor vader Hans was het hard werken. Werk, een studie, het gezin. “Die combinatie was best pittig. Ik heb vijf jaar lang geen vrienden of kennissen gezien in het weekend. Daarom wist ik ook dat de combinatie diaken met een volledige baan niet te doen was. Je werkt op de meest rare uren en dat gaat niet naast je werk.” Vlak voor zijn wijding in december 2006, sloeg even de twijfel toe. Was hij wel geschikt? “Maar Mgr. Hendriks, inmiddels bisschop van het bisdom Haarlem en toen rector van De Tiltenberg, stelde me gerust: Hans, ga maar, dit kun jij.”

Het moet ook wel een roeping zijn. “En liefde. Als de liefde ontbreekt voor het diakenschap, moet je het niet doen. Je bent dienstbaar naar de gemeente, maar ook in dienst van Christus. De roeping komt van Onze Lieve Heer. Als je de roeping niet hebt, kun je het niet doen.”

Het was even wennen voor zijn vrouw Theresia. “Als je getrouwd bent met een diaken, moet je als echtgenote heel veel stappen terugdoen. Ze is vaak alleen, of ze zit op zondag alleen in de kerk, terwijl ik zestig kilometer verderop een gesprek heb,” vertelt diaken Hans. Dat hadden ze dan ook wel van tevoren mogen melden. “Er is onvoldoende gesproken over wat het inhoudt voor een echtgenote.” Maar aan de andere kant, vindt Theresia: “Het scheelt dat Hans altijd al actief was in de kerk.”

Ze liepen elkaar tegen het lijf bij een katholieke instuif in Amsterdam. “Hij kwam binnen en een innerlijke stem zei: met hem ga ik trouwen,” vertelt ze. En dat was eigenlijk niet de bedoeling, want ze wilde helemaal niet met een Amsterdammer trouwen.” En nu zit ze soms in Rosmalen in de kerk en ziet ze man en zoon samen de mis vieren. Zelf vinden ze het vanzelfsprekend. “We hebben er ook nooit over gesproken dat we beide een roeping hadden. Het was normaal.”

Autootje

Toch snappen ze wel dat het bijzonder is. “Vooral ook omdat anderen het zeggen. En het is leuk om samen speciale vieringen te doen, zoals een huwelijksviering of een gildemis.” En soms helpen ze elkaar met een preek. Hans: “Als er een lastig evangelie is, vraag ik wel eens wat Gideon ervan maakt. Dan geeft hij een aanzetje en kan ik weer verder.”

Ze zitten samen ook op één lijn. “We zitten in hetzelfde autootje, met z’n tweeën, op dezelfde weg. We zijn gelijk in de leer. Daarom kunnen we het er ook over hebben. Af en toe is het fijn om dingen te delen.” Toch is er wel een verschil tussen de theorie en de praktijk. “Maar ook dat is hetzelfde als autorijden. Je leert het pas, als je het doet.”

 

Meer nieuws

Infobrief Adventsactiviteiten Lucaskerk

In de Lucaskerk vinden diverse Adventsactiviteiten plaats. Download hier de […]

Geplaatst: 26 november 2021

Eindelijk een pastoor voor de parochie!

Dat gaat naar Den Bosch toe De bisschop van ’s-Hertogenbosch […]

Geplaatst: 20 november 2021

Dertig jaar Straatpastoraat in Den Bosch

Afgelopen zaterdag, 2 oktober 2021, vierde het Straatpastoraat Den Bosch […]

Geplaatst: 14 oktober 2021

Openingsviering voorbereidingstraject Synode 2023

Paus Franciscus heeft op zondag 10 oktober in Rome het […]

Geplaatst: 14 oktober 2021